Leerplan Kunstschool Kunstkot  

Iedereen  kan op elk moment en op elke leeftijd beginnen op de tekenschool (vanaf 6 jaar).

Wat is goed onderwijs?

Dit soort vragen voert zeer snel tot filosofische beschouwingen, voert snel tot het formuleren van mensbeelden en onderwijs/opvoedingsvisies . Boeiend, zelfs noodzakelijk, maar in de context van de beantwoording van deze vragen moeizaam en wijdlopig. Vandaar een pragmatische keuze voor een door ons acceptabel geachte opsomming van datgene wat goed onderwijs in zou moeten houden .

1. Aanbrengen van basis-vaardigheden en fundamentele mentale processen.

2 . Leren plezier en voldoening te ontlenen aan “werken”. 

3 . De ontwikkeling van de intellectuele vaardigheden die nodig zijn bi j het zelfstandig een oordeel hebben, maar ook nodig zijn bij voortgezet leren .

4 . Begrip en inzicht in ons cultureel erfgoed en waarden .

5 . De mogelijkheden aangereikt krijgen om in verschillende sociale situaties to kunnen funktioneren .

6 . Het leren plannen en realiseren van de door de persoon nagestreefde doelen .

7 . Kennis en basisvaardigheden die nodig zijn om als lid van de samenleving to kunnen funktioneren op yen constructieve manier .

8 . Het leren kennen van jezelf .

9 . Stimuleren (en leren) van esthetisch waarnemen en aandacht besteden aan het bevorderen van de esthetische gevoeligheid .

10 Emotioneel en fysiek wel-bevinden .

11 Aandacht besteden aan morele/etische karaktervorming .

12 Aandacht besteden aan de ontwikkeling van menselijke mogelijkheden .

Opsomming van aspecten waarin de beeldende vakken nuttig en onontbeerlijk zijn in het onderwijs :

1 . De beeldende vakken voorzien in een medium(ontleend aan de kunsten ) waarin de persoon en de maatschappij belangrijk geachte zaken naar behoren kan uitdrukken .

2 . De beeldende vakken hebben de mogelijkheden in zich om persoonlijk een standpunt in to kunnen nemen met betrekking tot een situatie, en ze kunnen voorzien in mogelijkheden waarin het zelf-bewustzijn zich kan ontwikkelen .

3 . De kunsten is een gebied van kennis en ervaringen dat men een universeel karakter mag toedichten, een kennis en ervaringsgebied waarin en waarmee communicatie mogelijk is .

4 . Het gebied van de kunstzinnige vorming (waarbinnen de beeldende vorming) houdt zich bezig met zaken als geluid, beweging, kleur, energie, ruimte, lijn, vorm en taal .

5 . De kunsten documenteren de culturele esthetische en sociale ontwikkeling van de mensheid in beelden . 6 . De kunsten zijn een vorm van tastbare uitdrukking van de menselijke creativiteit,en weerspiegelen als zodanig de manier waarop mensen zich tot de wereld kunnen verhouden .

7 . De kunsten (autonoom +toegepast) zijn een gebied waarin jonge mensen ook een loopbaan kunnen vinden .

8 . Met bijdragen uit de kunstzinnige/beeldende vorming kan men belangrijke pedagogische bijdragen aanreiken bij mensen die speciaal onderwijs behoeven .

9 . Gegevenheden uit of ontleend aan de kunsten kunnen nuttige gereedschappen zijn in het Leven van alledag .

Inleiding beeldende vorming

Waarom is tekenen en schilderen zo goed voor je?

De drang om iets te creëren is niet persoonlijk, maar universeel. Onze hersenen zijn zo geprogrammeerd dat we eigenlijk altijd iets willen maken, bedenken of ontwikkelen. Tekenen is misschien wel de puurste vorm van iets concreets maken van de ideeën die je in je hoofd hebt. En daarom is tekenen ook zo goed voor die grijze massa!

De effecten van tekenen worden wereldwijd onderzocht en de resultaten laten zien dat deze vorm van creativiteit zeer positieve effecten heeft op ons brein. We zetten ze even op een rijtje:

Tekenen is goed voor je hand-oog coördinatie. Hoe vaker je het doet, hoe beter je verhoudingen leert inschatten en perspectief leert vastleggen.

Herinneringen en ervaringen worden beter opgeslagen in je brein en kun je je levendig voor de geest halen. Dit heeft iets te maken met het ontwikkelen van extra synapsen die worden toegevoegd aan de neurotransmitters.

Tekenen versterkt je cognitieve functies. Dit betekent dat je bijvoorbeeld gemakkelijker patronen leert herkennen en je gedrag goed kunt aanpassen aan de situatie. Handig!

Je ontwikkelt een sterke intuïtie. Hoe vaker je een tekening maakt, hoe gemakkelijker je (sociale) situaties leert inschatten!

Door te tekenen komen er stofjes vrij in het brein, zoals dopamine, endorfine en serotonine. En daar wordt je gelukkig van!

Je hersenstam kan dikker worden. De hersenstam is belangrijk bij veel vitale functies, zoals ademhaling, lichaamstemperatuur, hartslag en de bloeddruk.

Je bent je beter bewust van je omgeving. Je laat je vaker inspireren door de wereld om je heen. Zie je een mooie bloem in bloei? Dan zet je die later op de dag zomaar op papier.

Door veel te tekenen ontwikkel je een scherpe alertheid die al je andere hersenfuncties goed kunnen gebruiken om zich te verbeteren.

In principe geldt dit al voor simpele krabbeltjes tot ware kunstwerken. Je tekeningen hoeven absoluut geen nieuwe Rembrandts te zijn. De enige voorwaarde om te kunnen profiteren van deze positieve effecten, is dat je regelmatig moet tekenen.

Beeldende vorming voor kinderen en volwassenen

In de ontwikkeling van kinderen naar volwassenheid is een onmisbare plaats weggelegd voor visuele indrukken. Onze cultuur wordt pas echt voor hen begrijpelijk en toegankelijk als zij het vermogen ontwikkelen om visuele prikkels te interpreteren en leren met beelden om te gaan. Dat lijkt allemaal zo vanzelfsprekend. Maar de werkelijkheid is weerbarstiger. Een kind wordt geconfronteerd met beelden uit zijn directe leefomgeving ( stad, dorp, huis, school enz.). Daarnaast is er een stortvloed van beelden die de aandacht opeist: reclame, film, fotografie, televisie, kunstuitingen enz. Deze beelden zijn vaak ‘gemanipuleerd’. Ze zijn met een vooropgezet doel bedacht: ze proberen met de kijker te communiceren en hem of haar te beïnvloeden. Kinderen moeten leren met die beeldtaal om te gaan: ze moeten beeldvaardig worden. Het onderwijs speelt een cruciale rol bij het ontwikkelen van die bekwaamheid. Ook bij het ontwikkelen van eigen culturele identiteit is beeldbekwaamheid onmisbaar.  Gelukkig is iedereen daarvan overtuigd. 

Funderend onderwijs in beeldende kunst en vormgeving

In tegenstelling tot het leren van taal, is het leren maken en interpreteren van beelden geen vanzelfsprekend onderdeel van onze opvoeding. Toch maken jonge kinderen beeldend werk, zonder dat zij dat van hun opvoeders hebben geleerd of voorgedaan kregen hoe dat moet. Dat kinderen uit zichzelf beelden produceren om uiting te geven aan hun ideeën en fantasieën, betekent nog niet dat het leren maken van beelden zich spontaan ontwikkelt zonder sturing van anderen. Sinds de eerste wetenschappelijk getinte publicatie over het beeldend werk van kinderen weten we dat het leren maken van beelden (zeker in de eerste jaren van ons leven) een vorm van informeel leren is: een spontaan en imitatief leerproces dat vooral wordt gevoed door voorbeelden van anderen (familie, leeftijdgenoten, media). Zo lang het in de voorschoolse periode maar niet aan voorbeelden en ‘voordoeners’ ontbreekt, maken kinderen door oefening en imitatie een snelle ontwikkeling door. Wanneer daarna in het funderend onderwijs steeds minder gelegenheid is om beelden te maken èn wanneer gericht onderwijs daarvoor ontbreekt, ontwikkelen de meeste kinderen zich weinig verder en stokt het repertoire. Een samenleving waarin beelden in toenemende mate de kwaliteit van de menselijke communicatie bepalen, vraagt om beeldbekwame burgers. Daarvoor is een programma met ononderbroken onderwijs in beeldende kunst en vormgeving voor alle leerlingen nodig. Een programma waarin de synergie tussen doorlopende leerlijnen voor visualiseren, creatief denken en beschouwen centraal staat.

Tekenschool Kunstkot:  De 10 beeldende competenties

Wat kan een kunstkot leerling uiteindelijk?

1) Zeggingskracht: kan de zeggingskracht van beelden benoemen en oproepen in eigen beeldend werk.
2) Divergentie: kan een divergent beeldend proces doorlopen, begrijpen en documenteren. 
3) Zelf doen: kan in eigen 2-, 3-, en 4-dimensionaal beeldend werk het zichtbare en niet-zichtbare zowel toegepast als autonoom vormgeven.
4) Materialen en technieken: ervaart de verschillende beeldende eigenschappen van materialen en technieken en kan deze inzetten bij eigen werk. 
5) Terminologie: hanteert  beeldende terminologie en past deze efficiënt toe
6) Eigen mening: kan een eigen mening geven over de vorm, functie en inhoud van beelden en kan bij de argumentatie de visie van kunstenaars, vormgevers, kunstcritici en het grote publiek betrekken.
7) Mediawijs:  beseft dat ze in een gemedialiseerde wereld leeft en toont mediawijs gedrag.
8) Functie: kan de diverse functies van eigen beeldend werk, kunstwerken en vormgevings-producten benoemen en hierbij onderscheid maken tussen de registrerende, rituele, gebruiks-, expressieve, communicatieve en esthetische.
9) Voorbeelden: kent karakteristieke voorbeelden uit de beeldcultuur, kan deze  benoemen, herkennen en vergelijken en kan hierop ook in dialoog met anderen reflecteren. 
10) Maatschappelijk: kan de rol van kunst en vormgeving in de maatschappij en de rol van het conserveren hiervan benoemen. 

De 4 leerfasen tekenschool Kunstkot (6-13 jaar):

Na leerfase 1:

Visualiseren

● Fantasie en spontaniteit: de leerlingen laten veel aan het toeval over en reageren op het spontaan ontstane beeld.

● De leerlingen zijn tactiel ingesteld, verven, tekenen, krijten, etc. gaat over het doen, de fysieke ervaring.

● Ze leren in opdrachtvorm en in vrije situaties de materialen en technieken toepassen voor het maken van beeldend werk.

Creatief denken

● De leerlingen beginnen spontaan aan een werkstuk, zonder plan of zonder zich aan het plan te houden.

● De sociale interactie van de leerlingen onderling en de leerling met de leerkracht is van invloed op het creatieve proces.

● Het ontwikkelen en stimuleren van het gebruik van de fantasie. De leerlingen reageren associatief op voorbeelden, verhalen, prentenboeken, filmpjes etc en laten dit zien in het eigen werk.

● De leerlingen associëren naar aanleiding van wat er wordt aangeboden en leren ook verbindingen leggen met de wereld om hen heen.

Beschouwen

● De leerlingen kunnen vertellen wat ze zien, horen, ruiken, voelen en proeven en dit omzetten in beelden.

● De leerlingen kunnen, indien duidelijk weergegeven emoties herkennen, op plaatjes en van beelden en deze tekenen.

● Ze leren lijn, kleur, licht, vormen en ruimte te benoemen en toe te passen.

● De leerlingen kennen het verschil tussen 2-, 3- en 4- dimensionaal.

● De leerlingen herkennen sferen en leren deze te benoemen en toe te passen.

Na leerfase 2:

Visualiseren

● Denken in wetmatigheden, ordenen, groeperen.

● Verbeelding van ruimtelijke illusie en ruimtelijke vormgeving in 2D, 3D en 4D.

● Werken vanuit de directe waarneming, de aanschouwing.

● Construeren en constructie met diverse materialen, ruimtelijk werken in papier en karton.

● De mogelijkheden van allerlei beeldaspecten verder uitdiepen.

Creatief denken

● In het beeldend proces verschillende oplossingsmogelijkheden overwegen.  

● Beeldend associëren.  

● Plannen (stapsgewijze aanpak) en experimenteren.   

Beschouwen

● Het ontwikkelen van het referentiekader van waaruit naar een beeldend werk wordt gekeken.

● Het gebruiken van beeldende begrippen.  

Door ontwakend causaliteitsbesef goed laten kijken naar en praten over zaken die verband houden met het maken en doen.  

● Mogelijkheden bieden om reflectief vermogen te ontwikkelen (kijken en reflecteren op omgeving, kunst en vormgeving).

● Ontwikkeling van de perceptuele organisatie.

● Het ontwikkelen van het realiteitsgehalte van eigen werk en dat van anderen.

● Verschijningsvormen uit verschillende culturen. 
 
 Na leerfase 3:

Visualiseren

● Het zicht krijgen op de bedoeling: de diepere laag van gedachten en gevoelens. Wat is de boodschap? Wat zit erachter? Wat wil ik zichtbaar maken? Wat fascineert mij? Welke bronnen inspireren mij? Welke middelen zijn daarvoor het meest geschikt?  

● Het  experimenteren met materialen en technieken: weglaten en toevoegen door knippen, snijden, verbinden, construeren et cetera. Waarom kies ik nu juist voor deze materialen en technieken? Wat wil ik laten zien of uitdrukken? Hoe maak ik een werk ruimtelijk? Hoe maak ik het groter, stevig, sterk, vrijstaand?

● Reflectie op de eigen voortgang: In welke mate is het beeld goed gelukt? Waarom? Waarom niet?

Creatief denken

● Het onderzoeken van de relatie tussen het materiaal, de techniek en de vorm. Wat is het effect van deze keuze? Kan het beter? Anders? Hoe? Waarom?

● Het onderzoeken en ontdekken van de beeldende oplossingen en verwerkingen die bijdragen tot een zo karakteristiek mogelijk beeld; de karakteristiek van het gebruikte materiaal benutten en dit materiaal kwaliteit geven.  

● Het doorlopen van de stappen van een complex vormgevingsproces: nadenken, schetsen en experimenteren met materialen en technieken om het beeld zoveel mogelijk zeggingskracht te geven.

Beschouwen

● Het verdiepen in de achtergronden en de diepere betekenis van het beeld: Wat raakt mij? Waarom ontroert mij dit?  

● Het onderzoeken van het materiaal en dit plaatsen in een bepaalde tijd: Wat maakt het dat deze tijd tot leven komt? Het verzamelen van afbeeldingen, kijken op YouTube, internet et cetera. Wat is nog meer kenmerkend voor deze periode? Waarin verschillen deze periodes van elkaar?

● Een eigen mening vormen en deze aan anderen kunnen uitleggen. 

 Na leerfase 4:

Visualiseren

Je leert hoe het zichtbare en het onzichtbare (gedachten, gevoelens) kunt vormgeven in tweedimensionale, drie-dimensionale en bewegende beelden. Dat doe je op verschillende manieren, met behulp van uiteenlopende materialen en technieken.

Creatief denken

● Je leert dat het maken van beelden een creatief proces is, waarin vormgevingsvraagstukken meer dan één oplossing hebben. Die oplossingen bereik je in een complex proces waarin nadenken, schetsen en experimenteren hand in hand gaan

Beschouwen

● Je leert dat beelden zeggingskracht hebben en verschillend geïnterpreteerd kunnen worden. Beelden kunnen ons informeren, beroeren, verleiden en soms ook manipuleren. De betekenis wordt bepaald door de kennis en achtergrond van de beschouwer en door plaats en de tijd waarin de beelden zich voordoen. Je leert om (eigen) beelden in een context te plaatsen en je er, in dialoog met anderen, een mening over te vormen. 

Visie van tekenschool Kunstkot op beeldend onderwijs

De invloed van beelden is ongekend sterk. Ze beïnvloeden niet alleen onze samenleving, maar ook ons persoonlijk ervaren, denken en doen. De hoeveelheid beelden blijft toenemen en voortdurend ontstaan nieuwe vormen.

Het onderwijs is onderdeel van onze beeldrijke en zich steeds veranderende cultuur. Het beeldend onderwijs wil daarom dat de leerlingen zich bewust worden van de rol die zij daarin spelen en dat zij goed geïnformeerde, zelfstandige, actieve en kritische deelnemers worden. Ze moeten ‘beeldwijs’ worden, dat wil zeggen dat zij de vormen van beeldcommunicatie verstaan en gebruiken. Daartoe leert het beeldend onderwijs de leerlingen twee dingen: beelden begrijpen en beelden maken.

Wat het eerste betreft: het beeldend onderwijs brengt leerlingen beeldbegrip bij, het denken over en in beelden. Wat het tweede aangaat: het leert hoe leerlingen een eigen, beelden vermogen ontwikkelen. Zij leren met beelden aspecten, materialen en technieken op persoonlijke wijze vormgeven.

Het begrijpen en maken van beelden staat niet los van elkaar. Ze zijn nauw met elkaar verbonden. Het beeldend onderwijs richt zich op productie, receptie en reflectie. Deze drie aspecten vormen een eenheid en worden in samenhang onderwezen.

Productie

Wanneer het beeldend onderwijs zich richt op productie, maken de leerlingen zelf beelden en brengen zijn hun beeldend vermogen tot ontwikkeling. Hierdoor kunnen ze vormgeven aan wat ze ervaren, voelen en denken: verbeelden. Op deze wijze nemen ze deel aan een vorm van beeldcommunicatie.

Receptie

Bij receptie richt het beeldend onderwijs zich op het vermogen tot beleven, beschouwen en interpreteren van beelden. Onderwijs in het waarnemen en analyseren van beelden leidt tot inzicht in beeldcommunicatie vooral in relatie tot de persoonlijke en culturele context.

Reflectie

Het beeldend onderwijs wil ook het vermogen tot reflectie ontwikkelen. Het brengt de leerlingen kennis bij van kunst- en cultuurhistorie en vaardigheid in het analyseren van beelden. Tegen de achtergrond kunnen zij hun eigen vormen van beeldcommunicatie en die van anderen leren ervaren en verstaan, daarover nadenken, praten, schrijven en discussiëren.