Bang voor God

Eigenlijk ben ik mijn hele leven bang voor God geweest. Zelfs op de christelijke basisschool vond ik het maar een engerd. Alle kinderen, meesters en juffen leken in mijn ogen wel een soort van zombies die allemaal slaaf waren van God. Ik vond het toen al zo nep. Ik wilde er wel bij horen, maar dat is mij nooit echt gelukt. Dat kwam omdat ik het stiekem toch niet wilde, want het voelde niet goed. Veel kinderen hadden het over de duivel en dat je alles moet proberen goed te doen, want anders krijg je straf. Zo hadden ze het begrepen en ik ook. God was eng. Daar zorgden de meesters en juffen wel voor. Ik koos daarom daarna als enige van de hele school voor de openbare M.A.V.O. 

Ook heb ik als kind een tijdje op de zondagsschool gezeten (als je dat zo zegt). Ook daar werd de nadruk gelegd op angst. Ik heb deze bangmakerij toen nooit goed begrepen.

De afgelopen tien jaar had ik de vrijheid om alles wat maar spiritueel is uit te proberen. Ik heb veel boeken gelezen over levenskunst, filosofie, psychologie, boeddhisme en het christendom en liet mijn gevoel en geloof flink heen en weer slingeren. Ik wilde begrijpen waarom de geloofswereld zo aan het veranderen is. Ik las over de Verlichting en over Darwin. Hoe wijzer ik werd, hoe leger ik mij voelde van binnen.

Ik kreeg destijds een boek van een van mijn cursisten (schilderles). Ze wist dat ik aan het worstelen was met mijn overtuigingen en dat ik een handvat nodig had om balans te vinden in mijn leven. Ik wilde dat mijn overtuigingen en mijn geloof mij gelukkig zouden maken. Dat was het uitgangspunt. Ik weet even niet meer zo snel welk boek het was. Het moet hier ergens staan in de boekenkast. Lange tijd heeft het naast mijn bed gelegen. Mijn vader vertelde altijd dat er geen God bestond. Er is niets als je dood gaat. Hij heeft altijd veel invloed op mij gehad, dus ik durfde niet eens in een God te geloven. Ik durfde het woordje niet eens uit te spreken. Het was dus een hele overwinning om toch het boek te pakken, want ik voelde die leegte steeds meer omhoog kruipen.

Ik begon ineens het grote misverstand te begrijpen. Alle kinderen op de basisschool begrepen er net als ik niets van. De juffen en de meesters hadden het ook helemaal mis. Door dit boek bestelde Wanda, mijn vrouw, voor mij een bijbel. Doordat ik mij had verdiept in andere overtuigingen kon ik de bijbel lezen zonder invloeden van buitenaf. Het bleek een super modern boek te zijn. Ver onze tijd vooruit. De wijsheid die in de Bijbel staat is buitenaards leek het wel. Nog niet van deze wereld dus. Ik begreep waarom er staat geschreven dat je God moet vrezen! God wil alleen dat je precies doet waar je voor bent geboren. Als je dat niet doet, voel je je onbewust vreselijk ongelukkig. Ik ben er van overtuigt dat alle ellende die op je pad komt nodig is om je de juiste weg te wijzen. Ziekte, ongevallen, ellende etc. geven aan dat je er iets van moet leren. Alles wat gebeurt is een leerschool. Het zijn de tekens die wij krijgen en waar we goed op moeten letten. 

Ik heb bijvoorbeeld een maagzweer en deze helpt mij om geen alcohol meer te drinken, geen vlees meer te eten, geen koffie te drinken, niet meer te roken en er dus goed op te letten wat ik eet en drink. Dit wilde ik altijd zo graag, maar ik was een echte emotionele eter. Er waren extreme pijnen voor nodig om dit af te leren. Ik ben dankbaar voor dit leed. Elke keer als ik in de fout ga krijg ik een enorme pijn. Ik mag mij ook geen zorgen meer maken, dus ik moest opzoek naar een overtuiging die mij op mijn gemak zou stellen. Ik werd gedwongen om te hopen op mooie dingen, want anders was voor mij de pijn niet uit te houden.

Ik heb twee liesbreuken en mag niet meer zwaar tillen. Daar ben ik dankbaar voor en laat mij niet opereren, want anders ga ik weer in de fout. Door deze liesbreuken kan ik nu hulp vragen. Ik wilde alles altijd alleen doen, maar nu kan dat niet meer. 

De afgelopen tien jaar heb ik grotendeels mijn gevoel gevolgd. Ik ben in het extreme diepe gesprongen uit kwaadheid en verdriet. Toen ik de bodem had bereikt kwam ik alle mogelijkheden in het leven tegen. Ik begon ze allemaal te onderzoeken. Als ik fout zat, dan kreeg ik vanzelf een soort van straf in de vorm van ellende, ongeluk, angst en pijn. Ik heb geluisterd naar deze signalen (soms kon ik niet anders) en dat heeft mij gebracht waar ik nu ben. Natuurlijk is mijn reis nog niet voorbij, maar ik ben er wel achtergekomen wie ik ben en wat mij te doen staat in dit leven. Daar hebben geldzaken of mooie spullen niets meer mee te maken. Daarom moet je God vrezen. Je moet zijn tekens volgen en je moet in het diepe durven springen en geloven dat je opgevangen wordt. Alleen in dat hele diepe onbekende leer je God kennen en weet je dat alles goed is. Je moet dus puur het positieve gevoel volgen en op die weg kom je de duidelijke tekens tegen. Door het goede te doen krijg je wat goed is voor jou terug. De Bijbel is nu voor mij een handleiding geworden om dit goede te doen en het werkt, want elke dag komen onze wensen uit. Het is wel hard werken, want je gaat dagelijks in de fout als je goed bezig bent. 

Als je dus kiest voor een oppervlakkig leven, dan zul je God en jezelf nooit leren kennen. Op de basisschool was ons leven nog oppervlakkig en waarschijnlijk ook bij de juffen en de meesters. Dan voelt het praten over God aan als plastic en iedereen die dat napraat is als een robot. Dat had ik als kind al in de gaten, maar ik kon het nog niet uitleggen. Daarom lijkt het mij belangrijk om op school te beginnen met zelfkunde, psychologie, levenskunst, godsdienst en filosofielessen. Ik denk dat we dan op de goeie weg zijn om van alle oppervlakkigheid in de wereld af te komen. Leren te geloven in het positieve. Meer mededogen te creëren. De wereld niet zien zoals hij is, maar zoals hij zou kunnen worden. Verbeeldingskracht kweken en ontwikkelen. Ik spreek uit ervaring. Dit is de weg naar waarheid, wijsheid en geluk. Je moet al vroeg leren hoe je kan leren van ellende, pijn en verdriet. Op de weg waar de fouten duidelijk zichtbaar worden, daar vind je uiteindelijk de zin van jouw leven. 

God is nu als een vader voor mij die mij de juiste weg wijst. Door hem kan ik alle gebeurtenissen is mijn leven vroeg of laat begrijpen. Je hebt verbeeldingskracht, zoals kinderen dat hebben, nodig om de tekens te kunnen zien. Nadat ik mij volledig heb overgeven en geloof in het meest positieve wat ik maar kan bedenken en voelen, ben ik tot rust gekomen en in balans. Ik hou mezelf niet voor de gek, want ik weet dat alles waar ik van droomde nu al is uitgekomen. Dit komt alleen maar door er echt in te geloven. Voor het geloven in iets moois is verbeeldingskracht, dus creatief denken de ware sleutel. Dit heeft ieder kind meegekregen, maar we maken het op een gegeven moment stuk in de maatschappij. De toekomst is ook altijd fantasie, want is nog niet echt gebeurd. Eigenlijk leeft een mens op geloof en hoop. We hopen altijd op straks en morgen. We geloven dus dat deze fantasie werkelijkheid word. Eigenlijk weten we het al zeker dat het bestaat en dat het gaat komen. De toekomst komt en zo is ook mijn geloof in de liefste God die er maar kan bestaan. 

Jeroen Boerstra 2016