Goed beeldend onderwijs steeds noodzakelijker in een visueel ingestelde maatschappij

Te vaak worden jonge kinderen zoet gehouden met knutseltjes en werkjes, die geen recht doen aan wat beeldende vorming in een door beelden bepaalde wereld werkelijk beoogt: leren kijken, onderscheiden en interpreteren, leren associëren, leren creeren, verbeelden en vormgeven, leren creatief en probleemoplossend te denken met als blijvend effect het ontwikkelen van onder meer ruimtelijk inzicht en fijne motoriek, het kunnen leggen van (dwars)verbanden en het buiten bekende kaders denken. Kennis en vaardigheden die niet alleen ten goede komen aan de beeldende vakken, maar op alle onderwijsterreinen van groot belang zijn. Met goede beeldende vorming leer je in een zeer gecompliceerde maatschappij ook je eigen culturele wortels en die van anderen herkennen en daardoor erkennen. Een vak waar je op veel manieren plezier van kunt hebben: lekker werken met je hoofd én je handen, het ontdekken en ervaren van zoiets als schoonheid, het vertrouwd raken met onze rijke kunst- en vormgevingstraditie en die van anderen.

Vakleerkrachten

Het sterke beeldende onderwijs dat in de jaren zeventig en begin jaren tachtig floreerde, is door de een na de andere bezuinigingsronde de nek omgedraaid. Vakleerkrachten zijn massaal ontslagen of niet vervangen. Het aantal beschikbare uren beeldend in het voortgezet onderwijs werd via allerlei omfloerste constructies drastisch ingekrompen. In het basisonderwijs zonder vakleerkrachten devalueerde beeldende vorming in de jaren negentig tot een soort vrijetijdsbesteding; van een vak tot een bezigheid op de vrijdagmiddag als invulling van de vrije ruimte, waar knutselende moeders de scepter zwaaiden en dat in sommige gevallen nog steeds doen. Onder invloed van de hobbyindustrie kwamen en komen die meestal niet verder dan voorbeelden namaken uit boekjes en tijdschriften. Dat heeft niets te maken met beeldende vorming. Het gevolg is dat de huidige generatie leerkrachten zelf onvoldoende beeldend is gevormd: in het basis- en voortgezet onderwijs te weinig en op de Pabo’s slechts in enkele modules gedurende de hele opleiding. De overheersende klacht over eerstejaarsstudenten aan de kunstvakopleidingen is dan ook dat ze geen of weinig technieken beheersen, die je als je jong bent heel makkelijk aanleert en als je ouder bent moeizaam of niet meer. Veel basisscholen zijn nog steeds verstoken van vakleerkrachten beeldende vorming, die de achtergrond hebben om die lessen op een verantwoorde manier te geven. Ook de noodzaak tot bijscholen en het aanvullen van het opleidingsdeficit van Pabostudenten en basisschoolleerkrachten is lange tijd onvoldoende ingezien. De in de afgelopen jaren in het primair onderwijs benoemde cultuurcoördinatoren doen hun best, maar zijn beperkt opgeleid.

Kinderen kunnen feitelijk alles, als je maar uitdagende eisen durft te stellen. Natuurlijk hoeft niet iedereen een groot kunstenaar te worden, maar toch is het jammer dat kinderen te vaak in hun ongebreidelde creatieve uitingsvermogen in plaats van ondersteund, beperkt worden door de voorbeelden die ze moeten namaken. Dat leidt tot frustratie en afkeer: het eindresultaat benadert het voorbeeld nauwelijks of gebrekkig en dus ‘kan ik echt niet kleien’. De nadruk ligt nog dikwijls op het eindresultaat en niet op het proces van op basis van een goede leerinhoud zelf onderzoeken van en ervaring opdoen met materialen, technieken en vormgeving, waarvan er vele niet meer aan bod komen, omdat die te tijdrovend, te ingewikkeld, te duur of te vies (lees: teveel rommel veroorzakend) zijn. Er is niets mis met het aanleren van technieken waarvoor precisie vereist is, waarmee je de basis voor het experiment legt. Eindeloos aan iets werken dat door gebrek aan techniek in elkaar stort, ontneemt ook alle motivatie. Een evenwichtige combinatie van technisch werken (vaardigheden) en creativiteit (proces) zou in een aansprekende beeldende probleemstelling, in de leerinhoud (materiaal en gereedschap, technieken, beeldende aspecten en kunstgeschiedenis/kunstbeschouwing), in de doelstellingen en beoordelingscriteria via de opdrachten verzekerd moeten zijn. Een gemiste kans dat die creatieve energiebron van kinderen voor een door beelden bepaalde maatschappij niet altijd onderkend, gekoesterd en ontwikkeld wordt.

Cultuureducatie

Gelukkig is er aandacht en geld voor cultuureducatie waarmee leerlingen culturele activiteiten kunnen ondernemen. Toch is het lastig om die activiteiten in te bedden in het curriculum en goed aan te laten sluiten op de praktische lessen beeldende vorming. Cultuureducatie is een vak waarvoor kennis, inzicht, gevoel en vaardigheden bij gewone docenten niet altijd aanwezig zijn. Dat betekent dat ook de opleidingen voor het primair onderwijs anders ingericht zouden moeten worden. Tegenwoordig ligt daar het accent op algemene didactiek en niet meer op het verkrijgen van vakkennis. Juist die is heel erg hard nodig om beeldend vormen op een manier te geven, die tot het beoogde resultaat leidt.

Oplossingen

Wil je een goede technische industrie hebben, dan zul je in technische studies moeten investeren om die industrie te kunnen blijven bemannen. Wil je dat kinderen geen overgewicht ontwikkelen en we in sport hoge ogen gooien, dan zul je moeten investeren in lichamelijke opvoeding. Wil je internationale handel kunnen drijven, dan zul je moeten investeren in onderwijs in vreemde talen en economie. Wil je een uitmuntende creatieve industrie hebben en houden, dan zul je stevig in goed beeldend onderwijs moeten investeren. Voor een dubbeltje op de eerste rang zitten is

Wil de creatieve industrie in de toekomst verzekerd zijn van werkelijk innovatief denkende mensen, dan zou het Topteam Creatieve Industrie mijns inziens ook moeten streven naar: ■ waardering van onderwijs in de beeldende vakken door betere inhoudelijke eisen te stellen en daar geld, uitrusting en uren voor beschikbaar te stellen ■ (bij)scholing van docenten beeldende vakken én directies in alle vormen van onderwijs ■ (opnieuw) aantrekken van goed onderlegde vakleerkrachten in het basisonderwijs ■ Pabostudenten beter opleiden in de beeldende vakken Als wij als klein land met weinig grondstoffen internationaal meer willen zijn dan een doorvoerhaven van allerhande goederen, zullen we dat door middel van het beste onderwijs in alle vakken, dus ook de beeldende, moeten realiseren.